Haken

Haken is een handwerktechniek. Haken gebeurt met behulp van een haaknaald. Daarmee wordt van garen eenvoudige tot ingewikkelde lussen gemaakt, die samen een patroon vormen.

Voor haakwerk kunnen verschillende soorten garen gebruikt worden, van het fijnste katoen voor kanten kleedjes tot touw en raffia voor koorden en andere gebruiksartikelen. Afhankelijk van het gebruikte garen, wordt voor een dunne tot dikke naald gekozen.
Er bestaat ook een manier om zonder behulp van een naald te haken, het zogenaamde vingerhaken. Deze methode wordt op sommige Nederlandse  scholen tijdens handwerkles geleerd. Met deze techniek kunnen alleen 'lossen' worden gehaakt.

Haken doe je met een haaknaald

Haaknaalden zijn genummerd volgens een standaardmaat (metrisch) en hebben meestal ook een standaardlengte die prettig in de hand ligt. De twee dunste naalden zijn meestal van staal, de iets dikkere van aluminium overtrokken met een dun laagje plastic. Voor de dikste naalden kunnen zowel plastic als hout gebruikt worden.  Je haakt met een haaknaald die past bij de dikte van het garen. De dunste haaknaald is 0,6 mm en de dikste 35 mm. Er zijn verschillende vormen, met afgeplat stuk net boven de haak. Sommige zijn ergonomisch en liggen lekker in de hand. Probeer vooral uit. Ik gebruik zelf Clover Amour, die vind ik het lekkerste haken.

Haken kan met elk dun en soepel materiaal aan één stuk

Haakkatoen is een dun en glad soort garen. De dikte wordt aangegeven met een nummer variërend van nr.5 ( grof) tot 60 (zeer dun) Dit soort garen is gemerceriseerd, wat inhoud dat het een behandeling heeft ondergaan met natriumhydroxide, wat het garen sterker maakt en laat glanzen.

Fijn garen van linnen, is ook geschikt voor haakwerk. Heeft een andere structuur. Iets ruwer, maar wel natuurlijk.

Katoenen perlégaren is verkrijgbaar voor haken en breien. Het heeft een zachter effect dan gewoon haakgaren. Dit garen is verkrijgbar in diverse diktes.

Breigaren zijn ook geschikt om mee te haken. Breigaren zijn gemaakt van natuurlijke vezels, katoen of wol, of synthetische vezels.

Speciaal breigaren zoals zpagettigaren, textielgaren, zijde, alpaca, metalic of glanzende viscose zijn ook geschikt om mee te haken. Liever geen al te los getwijnd garen , want daar blijft de haaknaald makkelijk in steken.

Basistechniek haken

Vasthouden van de haaknaald, maken van de opzetlus, vasthouden van de draad, opzetketting, toeren haken, afkanten en draadeinden doorstoppen. Haken kent 3 basissteken. Dat zijn lossen, vasten en stokjes. Hier op zijn alle  of een andere structuur. haakwerkjes gebaseerd. De basissteken kennen variaties zodat je reliëf krijgt. Meerdere steken op dezelfde plek geeft een waaiermotief.

Steken haken

Er zijn ontelbaar veel steken, de meeste steken staan beschreven in de haakbijbel. Meer dan 200 steken. Het is een creatieve manier om te gaan haken. Je kiest een steek voor je nieuwste creatie en gaat daar mee aan de slag. Zoek het juiste garen en dikte haaknaald en je kunt beginnen. Je kunt in rijen haken, dat is heen en weer maar je kunt ook rond haken. Een onmisbaar boek is de haakbijbel, hier haal ik veel technieken, steken en ideeën vandaan.

Haakdiagrammen en afkortingen

Met haken is een haakdiagram heel erg handig. Wel is het lastig om de diagrammen te lezen. Elke steek heeft zijn eigen symbool. Ook worden projecten beschreven, hierbij worden afkortingen gebruikt. Er wordt weleens gezegd dat het begrijpend lezen is. Soms abracadabra. Tip, eerst goed doorlezen en dan pas beginnen. Ook is het handig om eerst een proeflapje te maken, zodat je het patroon onder de knie hebt en aan je ‘echte’ werkstuk kunt gaan beginnen

Afkorting steken

 

Overige afkortingen

 

l

losse

CK

contrastkleur

st

steek

doorh

doorhalen

drstk

driedubbel stokje

GK

goede kant

dstk

dubbel stokje

herh

herhaling

hv

halve vaste

HK

hoofdkleur

hstk

half stokje

meerd

meerderen

omsl

omslag

mind

minderen

st

steek of steken

patr

patroon

stk

stokje

rest

resterende

v

vaste

VK

verkeerde kant

  

volg

volgende

  

oversl

overslaan

 

Deze afkortingen worden gebruikt in samenstellingen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • (3v, 3l, 3v) in de volg. st. = 3 vasten, 3 lossen, 3 vasten maken in de volgende steek.
  • 5 (6, 6, 7) v. meerd = 5 vasten meerderen. Omdat dit patroon kennelijk in 4 maten is gemaakt, geldt voor de andere drie maten respectievelijk 6, 6 of 7 vasten meerderen.
  • Het teken * wordt gebruikt om aan te geven of een aantal steken meerdere malen moet worden herhaald.

© 2015 - 2021 Creastudio Juf Wolle | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel